Illustratie pratende mensen bij de voordeur

WerKplaatsen sociaal domein
Werkplaats

Extra subsidie Werkplaatsen Sociaal Domein

‘Voortzetten wat goed ging en opschalen waar nodig’

Sinds dit jaar hebben alle Werkplaatsen Sociaal Domein in totaal zes ton extra subsidie gekregen, gericht op de ondersteuning van thuiswonende ouderen. Hoe nodig is die extra subsidie en hoe wordt dit extra geld besteed?

Joost van Hoof is lector Urban Ageing aan de Faculteit Sociaal Werk & Educatie van De Haagse Hogeschool. Hij werkt nauw samen met Suzan van der Pas, lector van Sociale Innovatie en Ondernemerschap aan de Hogeschool Leiden en programmaleider van de Werkplaats Sociaal Domein Den Haag & Leiden. Beiden weten alles over hoe ouderen prettig thuis kunnen blijven wonen, al werkt dat in een grote stad net weer anders dan in een dorp. Van Hoof: ‘In mijn dorp zijn alle pinautomaten verdwenen en is er amper openbaar vervoer. In Den Haag komt er elke drie minuten een tram. Bovendien is daar een groot cultureel aanbod; vind je de pool- en voetbalclub niet leuk, dan is er wel een kookgroep voor islamitische vrouwen. Kortom: in de stad is álles aanwezig om het leven van ouderen prettiger te maken, in dorpen moeten bewoners het vooral van hun informele netwerk hebben. Tegelijk is er in de stad weer minder sociale cohesie.’

Waar is jullie werkplaats de afgelopen tijd mee bezig geweest?

Van Hoof: ‘In Den Haag, de meest gesegregeerde stad van Nederland, hebben we een grote verkenning gedaan naar armoede onder ouderen met een migratieachtergrond. Daar is op grote schaal sprake van. In een dorp heb je dergelijke grote groepen migranten met hulpvragen niet. Een ander project is Haags Ontmoeten, een plek in de wijk waar alle ouderen en hun mantelzorgers binnen kunnen lopen. In deze buurthuiskamers waar bewoners samenkomen voor een praatje of concrete hulpvraag hebben we bezoekers geportretteerd. We hebben onderzocht wie die bezoekers zijn en willen de komende tijd vooral ontdekken welke nieuwe activiteiten we kunnen aanbieden, passend bij waar deze senioren zelf behoefte aan hebben.’

Van Hoof is momenteel druk met het Kennisplatform Seniorvriendelijke Stad Den Haag, waar ook GGD Haaglanden en zorg- en welzijnsorganisaties bij betrokken zijn. Den Haag is sinds 2015 onderdeel van een wereldwijd netwerk van seniorvriendelijke steden dat wordt gerund door de Wereldgezondheidsorganisatie.

‘We hebben ook portretten gemaakt in het Vadercentrum, een buurtcentrum voor migrantenouderen in Laak, met name mannen. Daar hebben we verkend wat de afgelopen decennia de opbrengsten waren.’

Werkplaatsen Sociaal Domein

Alle Werkplaatsen Sociaal Domein gaan aan de slag met het thema Ouderen. We streven naar verbetering van de kwaliteit van leven van thuiswonende ouderen. Dit doen we door bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van werk- en opleidingspraktijken in het sociaal domein.

In dit themadossier vind je alle relevante artikelen en kennisproducten met betrekking tot dit thema.

Naar het themadossier

Dementie

Suzan van der Pas: ‘We zijn in de regio Alphen aan den Rijn bezig geweest met een project met ouderen met dementie. Daarbij onderzochten we cliënten in de verschillende fasen van dementie, om te zien welke reis ze daarin doormaken en met welke zorgverleners ze dan zoal te maken krijgen. Met die professionals en organisaties zijn we in gesprek gegaan om te kijken of er nog verbeteringen nodig waren in het aanbod van zorg en ondersteuning. Dit heeft geleid tot een aantal concrete interventies. Zo hopen we dat mensen met dementie, maar ook hun mantelzorgers, nog beter ondersteund kunnen worden. We zijn nu bezig met een vervolgproject gericht op ouderen met dementie en een migratieachtergrond. We willen in dit project nagaan welke specifieke behoeften en knelpunten mantelzorgers en de senioren ervaren.’

Ouder stel

Videoproject voor en door ouderen

Van der Pas omarmt de extra subsidie. ‘We kunnen daardoor meer verdieping aanbrengen in wat we al deden. De afgelopen jaren was dat bijvoorbeeld een videoproject waarbij we ouderen zelf hun leefomgeving in beeld lieten brengen. Daarvoor kregen ze een filmcursus zodat ze zelf konden filmen en monteren. Uit zo’n filmpje blijkt dan opeens hoe veel impact het verdwijnen van pinautomaten, buurtwinkels en bushaltes op een dorp heeft. Tegelijk laat het zien wat sociale cohesie kan doen. In het geval van een dorpje uit de Duin en Bollenstreek regelden bewoners zelf een buurtbus. In steden als Delft en Den Haag waren de opbrengsten van dit videoproject weer heel anders.’

De video’s dienen meerdere doelen. Van Hoof: ‘Als senioren samen zo’n video maken en het eindresultaat presenteren, smeedt dat een band. Daar is geen professionele filmmaker bij betrokken geweest, ze doen het volledig zelf, gecoacht door docentonderzoekers. Eén van de ouderen had ervaring met radio maken en deed de voice overs. Het project helpt ouderen zelf om eens over nieuwe onderwerpen te praten, ook onderling, bijvoorbeeld over de rol van mantelzorg. Als bewoners in hun directe omgeving geen mantelzorger kennen, kunnen ze dat al pratend ontdekken en indien nodig om hulp vragen. En wij als kijker horen over dagelijkse problemen waar zij tegenaan lopen die anders onderbelicht zouden blijven. Op het gemeentehuis in Delft, maar ongetwijfeld ook in andere steden, zwengelen de video’s de discussie aan over eventuele hiaten in het beleid.’ 

‘Door de extra subsidie kunnen we meer verdieping aanbrengen in wat we al deden’

Eigen perspectief

Er zijn allerlei mooie bijvangsten van dit videoproject, vult Van der Pas aan. ‘Ouderen voelen zich erdoor empowered en gehoord, en ontmoeten mensen die ze anders nooit zouden ontmoeten. We hebben het project nu gedaan in Den Haag, Delft, Noordwijk en Leiden. Ondertussen hebben we een handreiking geschreven voor hoe je zo’n project opstart, hoe je ouderen benadert, begeleidt en hoe je zo’n première organiseert.’

Van Hoof: ‘Je kunt zo’n film landelijk inzetten om het gehele dossier van wonen en senioren te agenderen vanuit hun éigen perspectief. Essentieel, want te vaak komen landelijk enkel architecten en woningcorporaties aan het woord die precies denken te weten wat ouderen nodig hebben. Bovendien laten we in de film kinderen en kleinkinderen toelichten hoe zij het hebben ervaren dat papa, mama, opa of oma een paar jaar geleden van een eengezinswoning met tuin naar een flat is verhuisd, en we laten hen vertellen hoe ze zelf prettig oud hopen te worden.’

Concreet actie ondernomen

Van Hoof: ‘Met projecten die de afgelopen tijd goed liepen, gaan we uiteraard door. Van het videoproject is recent een tweede grote film gelanceerd, inclusief première in een theater waar senioren en afgevaardigden van de gemeente Delft en zorg- en welzijnsorganisaties bij aanwezig waren en met elkaar in debat gingen.’
Van der Pas: ‘Daardoor is er heel concreet actie ondernomen, naar aanleiding van de filmfragmenten. Bijvoorbeeld: ouderen uit Noordwijk lieten zien dat door de manier waarop ondergrondse vuilniscontainers waren geplaatst iemand achter een rollator of in een rolstoel er niet tussen kon. Door dit visueel te maken, zagen de betreffende ambtenaren direct wat de senioren bedoelden. Zodoende zijn alle bakken in heel Noordwijk na de film een kwartslag gedraaid.’

Hoe komen jullie met ouderen in contact? 

Van Hoof: ‘Als je een leuke activiteit inclusief koffie en wat lekkers regelt, komen ze vanzelf. Dat communiceren we via buurthuizen, lokale kranten maar ook via prikbordbriefjes in de plaatselijke supermarkt. Dat werkt goed.’
Van der Pas: ‘We beginnen bij de usual suspects die vaak toch al in beeld zijn, maar we proberen ook de kring eromheen te bereiken; juist die mensen willen we erbij hebben. In Den Haag en Leiden werken we nauw samen met respectievelijk het Stedelijke Ouderen Commissie en het Ouderenberaad Zuid-Holland Noord die landelijk weer zijn aangehaakt bij de Raad van Ouderen.’

Ouderen

Waar richt jullie onderzoek zich in de nabije toekomst op?

Van Hoof: ‘Momenteel bevragen we een groot panel met senioren op hun toekomstige woonwensen, en hoe zij tegen mantelzorg aankijken. Op basis daarvan organiseren we straks creatieve werksessies met senioren. Daarbij focussen we op de vraag: hoe kunnen zij hier zelf aan bijdragen in de vorm van een soort maatjesproject? Daar willen we hen vooraf in trainen. Vergelijk het met SeniorWeb, een hulplijn waarbij een andere oudere jou helpt met je computerprobleem. Zoiets willen we ook op andere gebieden realiseren, bijvoorbeeld: hoe kom je met het Wmo-loket in contact?’

‘Waar ik blij mee ben is dat we met de mensen zélf aan de slag zijn gegaan, en niet óver hen hebben gepraat’

Welk wapenfeit is voor jullie het meest waardevol gebleken?

Van Hoof: ‘Dat is iets wat voortvloeit uit de extra subsidie. Een paar jaar geleden ontdekten we dat het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg in Den Haag heel slecht scoorde op seniorvriendelijkheid, in de breedte was het daar minder goed mee gesteld. Afgelopen jaar hebben we daarom met een docentonderzoeker en ouderenconsulenten de bewoners – veelal empty nesters, net met pensioen – een half jaar gevolgd, simpelweg door verschillende dagen met ze mee te lopen. Als je dat doet, krijg je vanzelf de sfeer waarin je ook persoonlijkere vragen kunt stellen. Zo hebben we geprobeerd te ontdekken wat nu de werkelijke problemen zijn in dat stadsdeel waar die slechte rapportcijfers uit volgden. In veel gevallen was geld het probleem; na een scheiding en pensionering blijven sommigen berooid achter. Ook het sociale netwerk was een probleem; dat hing erg vast aan de kinderen en die vertrokken na verloop van tijd. Waar ik blij mee ben, is dat we opnieuw met de mensen zélf aan de slag zijn gegaan, en niet óver hen hebben gepraat. We hebben de senioren in alle fases betrokken, van de onderzoeksopzet tot het trekken van conclusies. En omdat de rapporten hierover zo doorwrocht zijn, zien ze er op het stadhuis ook de waarde van in, waardoor het niet – zoals veel andere rapporten – onder in een la verdwijnt.’

Verdieping aanbrengen

Van der Pas: ‘Soms is beleid taai en niet zo eenvoudig te veranderen. Als je daarover met ouderen in gesprek gaat, ontstaan er mogelijkheden. Ik merk dat we met onze projecten voor deze ouderen écht van betekenis zijn. Ik ben socioloog en gerontoloog, en het lectoraat van Joost gaat over urban ageing, ofwel prettig ouder worden in de grote stad. We waren dus al experts op dit vlak en zijn daarom des te blijer met deze subsidie. Door de extra subsidie kunnen we verdieping aanbrengen in wat we al deden, zoals het volgen van die ouderen in Leidschenveen-Ypenburg, maar het ook uitrollen in meerdere wijken, waardoor het thema verdiept.’

Van Hoof: ‘Daar hadden wij zonder subsidie inderdaad niemand op kunnen zetten. Het helpt ons om voort te zetten wat al goed ging en op te schalen waar nodig.’

Tekst: Wilfred Hermans, Illustratie: Geert Gerard