MOVISIES Magazine
Samenlevingsopbouw

Pijlers voor herrezen opbouwwerk

Signaleren, agenderen en politiseren

Dat het tijdperk van de verzakelijking op zijn laatste benen loopt, zien we terug in een revival van het opbouwwerk. Samen met Jeroen Gradener, Jaap Ikink en Joop Hofman schreef Jeanet de Jong op welke pijlers het opbouwwerk is gefundeerd en wat we ervan mogen verwachten.

Het opbouwwerk wil ‘vanuit zijn relatie met lokale gemeenschappen’ recht doen aan de principes sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit. Ambitie kun je de opstellers van Laten we het eens even over samenlevingsopbouw hebben niet ontzeggen. Het in september 2023 gepresenteerde visiedocument is opgesteld door de beroepsvereniging van professionals in sociaal werk (BPSW), Krachtproef, het kennisplatform van Sociaal Werk Nederland, en Movisie.

Verbinding

De kern van hun gezamenlijk visie is, aldus BPSW-beleidsadviseur Jeanet de Jong en één van de vier auteurs, dat het opbouwwerk ons kan helpen om te gaan met de grote maatschappelijk uitdagingen. ‘Oplossingen voor de klimaatcrisis en een goed verloop van de energietransitie, om maar een paar voorbeelden te noemen, zijn afhankelijk van een gezamenlijke en gecoördineerde inspanning van burgers, instituties en overheden. Om die van de grond te krijgen, moet er een verbinding worden gelegd tussen vele schurende en botsende belangen. Precies daar kan het opbouwwerk een essentiële rol spelen’, zegt De Jong.

In verbinding ervaren we een gevoel van medemenselijkheid

Amerikaans voorbeeld

Het opbouwwerk, eind negentiende eeuw overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, draagt al vanaf zijn ontstaan op geheel eigen wijze bij aan verbinding in de samenleving. De grote naam die hier niet onvermeld mag blijven, is die van Nobelprijswinnaar Jane Addams (1860-1935). Een sociaal werkster, hervormer en pacifiste die zich onvermoeibaar inzette om Amerikaanse buurtbewoners, arm en rijk, en al dan niet kwetsbaar, met elkaar in contact te brengen. In verbinding, zo meende zij, ervaren we een gevoel van medemenselijkheid. Voor Addams is dat gevoel een voorwaarde voor mensen om zich gezamenlijk in te zetten voor een rechtvaardige samenleving.

Zoals met vele andere zaken volgde Nederland het Amerikaanse voorbeeld met enige vertraging. In de eerst helft van de twintigste eeuw waren er in ons land allerlei particuliere initiatieven die we als aanzetten voor het opbouwwerk kunnen bestempelen. De socioloog en latere politicus en burgemeester van Rotterdam Bram Peper wijst in 1972 in zijn proefschrift Vorming van welzijnsbeleid bijvoorbeeld op de oprichting van volks-, club-, buurt- en dorpshuizen om ‘de gemeenschapsband te versterken [1].’

In het visiedocument refereren de auteurs ook aan de in 1925 opgerichte Stichting Opbouw Drenthe in reactie op de armoede en uiterst beroerde huisvesting van de veenarbeiders destijds.

Na een bloeiperiode in de jaren zestig en zeventig kwam opbouwwerk in neerwaartse spiraal terecht

Al die initiatieven vormden een voedingsbodem voor de formele introductie van het opbouwwerk. Dat gebeurde in 1952, bij Koninklijk Besluit. Volgens Peper was dat vooral te danken aan de inspanningen van de toenmalige (in)formateur van dienst, Louis Beel. De katholieke politicus was indertijd voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werk.

Ommekeer

Na een bloeiperiode in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, kwam het opbouwwerk in een neerwaartse spiraal terecht. De maakbaarheidsgedachte had plaatsgemaakt voor no-nonsensedenken en de respectievelijke regeringen bezuinigden vanaf 1985 stevig op het opbouwwerk.

‘Besef is weergekeerd dat beleid van ieder voor zich en God voor ons allen niet werkt’

Inmiddels is het besef weergekeerd dat een beleid van ieder voor zich en God voor ons allen toch niet goed werkt. Jeanet de Jong: ‘In 2019 startte de BPSW een strategisch overleg over de positie en de toekomst van het opbouwwerk. De aanleiding daarvoor was het groeiend inzicht dat wijkteams een individuele focus hebben. Dat je in de samenleving allerlei collectieve initiatieven ziet ontstaan, maar dat tegelijkertijd de sociale ongelijkheid steeds groter wordt.’

‘We zetten in op zeggenschap en democratisering, ondersteunen van bewoners, werken aan veerkrachtige buurten en wijken’

‘Met dat overleg wilden we opbouwwerk als onderdeel van samenlevingsopbouw beter positioneren. Aan de hand van gesprekken met opbouwwerkers en onderzoekers hebben we een landelijke actieagenda opgesteld. We zetten daarbij vooral in op het toerusten van huidige en aanstaande opbouwwerkers via kennis, uitwisseling en steun. En daarmee indirect op zeggenschap en democratisering, ondersteunen en begeleiden van bewoners, werken aan veerkrachtige buurten en wijken, over domeinen heen.’

Opbouwwerkers moeten zich ervan bewust zijn dat zij primair géén beleidsuitvoerders zijn, maar een professie

Pijlers en kenmerken

In het visiedocument definiëren de auteurs drie pijlers waarop het opbouwwerk moet worden gefundeerd: signaleren, agenderen en politiseren. Vereiste hierbij is dat opbouwwerkers, net als sociaal werkers in het algemeen overigens, zich er bewust van zijn dat zij primair géén uitvoerders van beleid zijn, maar een professie en een daaraan gekoppelde maatschappelijke opdracht hebben: een bijdrage leveren aan sociale rechtvaardigheid en collectieve verantwoordelijkheid.

Illustratie Geert Gerard

Alle individuele verhalen samen, vormen een collectief verhaal over de maatschappelijke opgaven waarvoor een gemeenschap zich geplaatst weet.’ Illustratie Geert Gerard.
 

Praktisch betekent dit volgens Jeanet de Jong dat opbouwwerk begint bij de verhalen van mensen. ‘Door goed naar hun verhalen te luisteren, hoort de opbouwwerker wat burgers belangrijk vinden en wat er voor hen op het spel staat. Alle individuele verhalen samen, vormen een collectief verhaal over de maatschappelijke opgaven waarvoor een gemeenschap zich geplaatst weet.’

Verbinden, overbruggen, koppelen

Het grote belang van verbindingen leggen, zie je terug in de drie basisstrategieën van het opbouwwerk die De Jong en haar medeauteurs in het visiedocument onderscheiden. Ze grijpen daarbij terug op de driedeling van de Amerikaanse socioloog Robert Putnam in zijn boek Bowling Alone tussen verbinden, overbruggen en koppelen [2].

De eerste strategie is gericht op wat in het visiedocument wordt omschreven als het meest fundamentele niveau van het opbouwwerk, namelijk het stimuleren van verbindingen tussen individuele burgers.

Met de tweede strategie wil het opbouwwerk bruggen slaan tussen individuele burgers en lokale netwerken. Hierbij moet je denken aan een link tussen de burger en allerlei clubjes, van buurtmoestuinen, weggeefwinkels en informele ontmoetingsplekken of koken met en voor de buurt en instellingen, zoals openbare bibliotheken en wijkbedrijven.

‘Het verhaal van de burger expliciteren, daar ligt de kern van het opbouwwerk’

Met de derde strategie ten slotte probeert het opbouwwerk lokale initiatieven en netwerken te verbinden met de instituties en beleid.

Toerusting van professionals

‘Met de pijlers signaleren, agenderen en politiseren die we geformuleerd hebben, stellen we voor om de aandacht te concentreren op toerusting van de professional. Zodat hij weet hoe hij zich in het spanningsveld tussen professie en beleid moet bewegen en de door de burgers aanhangig gemaakte kwesties, mede met hen, bij de beleidsmakers leert aankaarten. Het verhaal van de burger expliciteren, daar ligt de kern van het opbouwwerk.’

‘We zijn benieuwd welke kritische vragen en dilemma's het document genereert’

De komende tijd willen BPSW, Krachtproef en Movisie gebruiken om de reacties op het visiedocument te verzamelen en te bundelen. De Jong: ‘We zijn benieuwd naar wat het document teweegbrengt in de dagelijkse praktijk van opbouwwerkers, en welke kritische vragen en dilemma's het genereert. Ook horen we graag van bestuurders, ambtenaren, docenten en onderzoekers. Op basis van wat wij van alle partijen horen, gaan we een debat voeren, en kijken hoe we onze professie gezamenlijk verder kunnen ontwikkelen. Een stap voor stap-proces, dat in 2025 een voorlopig hoogtepunt moet krijgen bij de viering van honderd jaar opbouwwerk.’ 

Meepraten?

Het visiedocument is het begin van een gesprek over de bijdrage van opbouwwerk aan samenlevingsopbouw. Een breed gesprek, dat de initiatiefnemers willen voeren met straat en politiek. Wil jij er ook onderdeel van zijn? Dat kan via: samenlevingsopbouw@bpsw.nl

Tekst Jan van Dam Foto Taco Bijlsma


Bronnen  

Bronnen

  1. Peper, Bram; Vorming van welzijnsbeleid, evolutie en evaluatie van het opbouwwerk; uitgeverij Boom, Meppel, 1972
  2. Putnam, Robert D; Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community; Simon & Schuster, New York 2000

Ook interessant