Inzicht 4: Werkgevers vervullen een sleutelrol
De routes vragen bereidheid van werkgevers om ruimte te maken voor ontwikkeling. Werkgevers zijn niet alleen aanbieders van werkplekken, maar ook ontwikkelpartners. Zij bieden de praktijkomgeving waarin mensen kunnen groeien, nieuwe vaardigheden opdoen en ervaren dat zij erbij horen. Dat vraagt om flexibiliteit in taken, werktijden en verwachtingen. Het vraagt ook om een werkcultuur waarin mensen ondersteuning ontvangen zonder dat dit ten koste gaat van hun gevoel van gelijkwaardigheid.
Bij veel routes waarin de geïnterviewde deelnemers concrete stappen naar een nieuwe werksituatie zetten, zijn werkgevers bereid om werkervaringsplaatsen of een proefplaatsing aan te bieden. We spraken deelnemers die zich doorontwikkelen en uit de Wajong-uitkering gaan en wat meer gaan verdienen. Andere deelnemers stroomden na een werkervaringsperiode echter niet door en waren voor hun gevoel terug bij af.
Het helpen organiseren van zaken die geregeld moeten worden bij een nieuwe werkgever, kan nieuwe opgaven met zich meebrengen voor de jobcoach van een zorginstelling of gemeente. Bij een deelnemer was het voor de jobcoach bijvoorbeeld niet duidelijk wie welke rol had bij het helpen opstellen van een contract beschut werk. Dit werd opgelost, maar bracht extra onzekerheden mee voor de deelnemer.
De twintig verhalen maken duidelijk hoe bepalend de werkplek en werkcontext zijn: kan iemand er landen en zich verder ontwikkelen? Een betrokken buddy op de werkvloer, ruimte om te wennen en bereidheid van de werkgever om werk aan te passen, maken in de casussen het verschil tussen succes en uitval. Soms lukte een overstap niet door gebrek aan draagvlak bij collega's of leidinggevenden op de werkvloer. Inclusief werkgeverschap is dus een voorwaarde voor succesvolle participatie.
Inzicht 5: Begeleiding maakt het verschil
In vrijwel alle routes hadden begeleiders, zoals trajectbegeleiders en jobcoaches, een bepalende rol. Zij waren vertrouwenspersoon en vraagbaak, coördineerden routes, hielpen deelnemers bij praktische zaken zoals sollicitaties, indicaties, financiën of gesprekken met instanties. Ook vervulden zij een belangrijke rol als verbinder tussen verschillende organisaties, ondersteuner bij keuzes en bewaker van belastbaarheid.
Tegelijkertijd laten de routes zien hoe belangrijk continuïteit is in de inzet van professionals. Die continuïteit kon niet altijd geboden worden. Wisselingen van contactpersonen, onduidelijkheid over verantwoordelijkheden of het wegvallen van ondersteuning hadden bij verschillende deelnemers direct een verstorende invloed op de voortgang van trajecten.
Het belang van goede ondersteuning bij switchroutes en continuïteit in die ondersteuning, springt eruit in de verhalen. Ook de ervaringen van Paige en Jean laten dat zien. Bovendien waren veel succesvolle trajecten mogelijk doordat individuele professionals extra stappen zetten. Zij bleven betrokken, ook wanneer financiering van hun inzet of verantwoordelijkheden niet vanzelfsprekend of vastgelegd waren. Of zij vonden, samen met andere partijen, creatieve oplossingen voor knelpunten in regelgeving en organisatie.
Tot slot
Een belangrijke les uit de lerende praktijken is dat succesvolle aanpakken minder afhankelijk moeten worden van de inzet van individuele professionals en individuele oplossingen. De uitdaging is om werkzame aanpakken en gezamenlijke werkwijzen duurzaam te verankeren, zodat meer deelnemers er gebruik van kunnen maken en professionals en deelnemers verder kunnen bouwen op wat werkt. Alle vier de regio’s zetten inmiddels zulke stappen. De verhalen maken helder hoe belangrijk het is om die weg te vervolgen.