Amy - vakkenvullen bij supermarkt

Simpel Switchen
Lerende praktijken

Zeven lessen: zo werk je domeinoverstijgend samen bij Simpel Switchen

Goede samenwerking ontstaat vaak bij echte ontmoeting

De vier regio's hebben ieder een eigen aanpak ontwikkeld. Daarover lees je meer in dit artikel. Tegelijkertijd zijn enkele algemene lessen te trekken van de lerende praktijken. De lessen staan kort weergegeven in onderstaande infographic. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave in pdf (opent in nieuwe tabblad). Onder de afbeelding lichten we de lessen verder toe.

Les 1:
Begin met ontmoeten en leer elkaar kennen

Goede samenwerking begint bij échte ontmoeting. Niet bij afspraken, processen en overlegstructuren.

Lees verder:

Professionals uit zorg, Werk en Inkomen, gemeenten, UWV, werkontwikkelbedrijven en werkgevers merken dat samenwerking makkelijker wordt zodra zij elkaar kennen. Wie moet je bellen als een deelnemer vastloopt? Welke mogelijkheden zijn er binnen een andere organisatie? Welke ruimte zit er binnen bestaande regelingen?

Eindhoven investeert daarom bewust in regionale netwerkbijeenkomsten en tactische overleggen waarin organisaties gezamenlijk naar casuïstiek kijken. Ook in Rotterdam blijkt ontmoeting een succesfactor. Structurele casusoverleggen tussen gemeente, UWV, zorgorganisaties en andere partners maken sneller duidelijk welke route of ondersteuning het best past bij een inwoner. Professionals weten elkaar snel te vinden als iemand dreigt vast te lopen in een traject.

Les 2:
Zorg voor een gedeelde visie op ontwikkeling

Samenwerking komt niet vanzelf op gang. Dat vraagt om meer dan alleen met andere organisaties om tafel te zitten. Het vraagt om een gedeelde visie: de overtuiging dat mensen zich moeten kunnen ontwikkelen op een manier die past bij hun wensen, talenten en mogelijkheden. Een beweging van denken vanuit het eigen gezichtsveld naar denken vanuit een gezamenlijk doel: wat heeft deze persoon nodig om een passende volgende stap te zetten?

Lees verder:

Het is belangrijk dat de betrokken organisaties zich ervan bewust zijn dat de verschillende domeinen met verschillende perspectieven naar ontwikkeling kijken. Zo kijken zorgorganisaties regelmatig nog vanuit stabiliteit, zorgzaamheid en bescherming van de cliënt. Een mogelijke valkuil is dat zij daardoor terughoudend reageren op individuele ontwikkelwensen van mensen. Werk- en inkomensorganisaties daarentegen zijn sterk gericht op ontwikkeling en participatie op de arbeidsmarkt. Een valkuil kan daarbij zijn dat zij te weinig oog te hebben voor de eerste stappen en ruimte die mensen op dat gebied nodig hebben. Dit verschil in perspectief hoeft geen probleem te zijn, het is juist belangrijk ze te benoemen. Ze kunnen elkaar aanvullen als organisaties samen kijken naar dezelfde vraag: wat heeft deze persoon nodig om verder te komen?

In verschillende lerende praktijken hadden deelnemers soms meer ontwikkelmogelijkheden dan vooraf werd gedacht. Sommigen bleven binnen arbeidsmatige dagbesteding actief terwijl zij zelf aangaven meer te kunnen en te willen. Voor andere deelnemers bleek een stap naar werk uiteindelijk niet haalbaar en paste een andere route beter.

Les 3:
Organiseer beweging tussen domeinen

Binnen één organisatie of regeling kunnen veel deelnemers voldoende bewegen, maar zij lopen vast bij de overgang tussen domeinen. Bijvoorbeeld wanneer een dagbestedingsindicatie dreigt te vervallen zodra iemand een werktraject start of wanneer een indicatieprocedure maanden duurt terwijl de deelnemer klaar is voor een volgende stap.

Lees verder:

In sommige casussen lopen deelnemers precies in die tussenruimte vast. Niet omdat er geen ondersteuning is, maar omdat onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor de overgang. In andere situaties blijkt juist hoe krachtig samenwerking kan zijn wanneer organisaties gezamenlijk zoeken naar een oplossing, bijvoorbeeld door trajecten te combineren of tijdelijk naast elkaar te laten bestaan.

Veenendaal zoekt actief hoe de regio tussenruimte beter kan organiseren. Door participatieplekken toegankelijk te maken vanuit verschillende domeinen, door budgetten slimmer te benutten en door onzekerheid rondom uitkeringen te verminderen, ontstaat er meer ruimte om te bewegen tussen werk en ondersteuning. In Rotterdam neemt het UWV standaard deel aan overleggen rondom Simpel Switchen, waardoor eerder duidelijk wordt welke regeling en vorm van ondersteuning passend is en wie de verantwoordelijkheid draagt. Hierdoor voorkomt Rotterdam dat inwoners vastlopen tussen verschillende regelingen.

Deze ervaringen sluiten aan bij het inspiratiedocument Bruggen naar Werk. Dit beschrijft hoe organisaties samenwerking kunnen opbouwen. De lerende praktijken brengen dit in de praktijk. Zo leren ze ons hoe die samenwerking bijdraagt aan het realiseren van overstappen tussen vormen van participatie. De focus verschuift daarmee van ‘hoe werken we samen?’ naar ‘hoe organiseren we gezamenlijk beweging tussen systemen?’

De lerende praktijken maken duidelijk dat veel deelnemers niet vastlopen binnen één organisatie of regeling, maar bij de overgang tussen domeinen

Les 4:
Zorg voor draagvlak op ieder niveau

Simpel Switchen werkt pas echt wanneer verschillende niveaus elkaar versterken: bestuurders en beleidsmakers die ruimte geven, organisaties die samenwerken, professionals die verbindingen leggen en dat mogen doen van hun managers, werkgevers die plekken bieden, en mensen die zelf richting geven aan hun ontwikkeling. Succesvolle samenwerking vraagt om draagvlak op al die verschillende niveaus: bestuurlijk, management en uitvoering. Domeinoverstijgend samenwerken is dus niet alleen een opdracht van uitvoerende professionals.

Lees verder:

Dat werd zichtbaar in situaties waarin een leidinggevende enthousiast was over een plaatsing, terwijl collega's op de werkvloer minder open stonden voor een collega met een ondersteuningsbehoefte. Ook bleek diverse keren hoe belangrijk het voor uitvoerend professionals is om duidelijke handelingsruimte vanuit hun leidinggevenden te krijgen. Andersom kan een betrokken collega of werkbegeleider juist het verschil maken tussen uitval en succes.

Les 5:
Continuïteit maakt het verschil

Overgangen zijn kwetsbare momenten. Mensen krijgen te maken met nieuwe verwachtingen, regels, collega's en soms begeleiders. Juist op die momenten is het belangrijk dat er vertrouwde mensen betrokken blijven.

Lees verder:

In verschillende routes hechten deelnemers veel waarde aan een vast aanspreekpunt. Juist die persoon zorgt voor vertrouwen, duidelijkheid en continuïteit wanneer er veel verandert. In Weert helpt samenwerking tussen organisaties PSW Werk en Risse Groep om die continuïteit in begeleiding te organiseren. Maar ook in de andere regio’s bleek het goed te werken dat begeleiders van de zorgorganisatie en het werkontwikkelbedrijf met elkaar en de deelnemer bleven afstemmen tijdens een overgangsperiode naar een andere vorm van werk. Mensen hoeven hun verhaal minder vaak te vertellen en weten bij wie ze terecht kunnen.

Om die continuïteit te bereiken, hechten uitvoerend professionals en degenen die switchen veel belang aan ‘warme overdrachten’, ‘vertrouwde gezichten’ en ‘begeleiding die tijdelijk kan doorlopen tijdens een overstap’. Dat zijn allemaal bouwstenen van Simpel Switchen. 

Les 6:
Veiligheid maakt beweging mogelijk

Mensen gaan pas stappen zetten wanneer zij ervaren dat dit veilig kan. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor maatwerk, proefperiodes en terugvalopties. Deelnemers moeten kunnen ontdekken wat bij hen past, zonder direct alles te verliezen als een stap niet lukt.

Lees verder:

Eindhoven werkt met proefperiodes waarin deelnemers kunnen ervaren hoe een andere werkvorm bevalt voordat definitieve keuzes worden gemaakt. Veenendaal zoekt actief naar manieren om snel terug te kunnen vallen op ondersteuning wanneer dat nodig is. In Weert en Rotterdam kunnen deelnemers van de arbeidsmatige dagbesteding werkervaring opdoen bij reguliere bedrijven, waardoor vervolgstappen naar werk laagdrempeliger worden. In verschillende casussen zagen we dat juist deze zekerheid ervoor zorgt dat mensen wél bereid zijn om een volgende stap te zetten.

Ook stappen van betaald werk naar dagbesteding, die als een stap terug kunnen worden ervaren, vragen om veiligheid. Soms blijkt dat een andere route beter past. Ook dat moet mogelijk zijn zonder deelnemers het gevoel te geven dat het traject is mislukt.

Les 7:
De deelnemer is altijd het vertrekpunt

De lessen uit de lerende praktijken en de twintig ervaringsverhalen laten zien dat domeinoverstijgend samenwerken meer is dan overleggen en afstemmen. Het vraagt om ontmoeting, een gedeelde visie, kennis van elkaars mogelijkheden, aandacht voor maatwerk, continuïteit van begeleiding en structurele borging. Bovendien vraagt het om gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de route van een deelnemer. Zoals het tijdens een bijeenkomst van de lerende praktijken werd benoemd: de beweging van ‘eiland’ naar ‘WIJ-land'. 

Lees verder:

Pas wanneer organisaties zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de overgangen tussen systemen, wordt Simpel Switchen daadwerkelijk simpeler. Niet de afzonderlijke organisatie, regeling of financieringsstroom vormt het vertrekpunt, maar de mens die zich daartussen beweegt. Daar begint domeinoverstijgend samenwerken.

Er bestaat geen blauwdruk

De lerende praktijken bevestigen ook: Simpel Switchen kan op veel verschillende manieren vorm krijgen. Er bestaat geen blauwdruk die overal werkt. Wat de succesvolle voorbeelden verbindt, is dat organisaties samen verantwoordelijkheid nemen voor de mensen die zich bewegen tussen zorg, werk en ondersteuning. Niet de systemen vormen het vertrekpunt, maar de mens. 

Foto: Thom Alblas