Slaapplaatsen in tijdelijke opvange

WerKplaatsen sociaal domein
Armoede

Minima­regelingen tussen noodhulp en kansen­gelijkheid

Minimaregelingen gaan over meer dan financiële ondersteuning. Ze kunnen sociale uitsluiting verminderen, deelname aan de samenleving bevorderen en kansen vergroten. Waar veel onderzoek zich richt op het bereik van regelingen, koos de Werkplaats Sociaal Domein Den Haag – Leiden een andere invalshoek: sluiten de Leidse regelingen aan bij wat inwoners nodig hebben? Vooral tussen noodhulp en preventieve ondersteuning blijkt spanning te zitten.

Mijn verbeeldingskracht is beperkt door opgroeien in armoede” Met die woorden beschrijft schrijver en journalist Hizir Cengiz in de Podcast Hoe armoede nooit uit je gaat dat armoede meer dan geldgebrek is, maar ook invloed heeft op dromen, kansen en toekomstperspectief. Dat bredere perspectief staat centraal in het Leidse armoedebeleid. De gemeente Leiden wil dat iedereen kan meedoen aan de samenleving, ongeacht inkomen of financiële problemen. Daarbij gaat het niet alleen om het oplossen van acute nood, maar ook om kansen op ontwikkeling, onderwijs, sport en sociale participatie.

Sociale kwaliteit

Sociale kwaliteit gaat over de mate waarin mensen daadwerkelijk kunnen deelnemen aan de samenleving en invloed kunnen uitoefenen op hun eigen leven. Welzijn hangt niet alleen samen met inkomen, maar ook met sociale relaties, toegang tot voorzieningen, kansen op ontwikkeling en het gevoel erbij te horen. Sociale kwaliteit ontstaat wanneer mensen voldoende bestaanszekerheid hebben én de mogelijkheid krijgen zich sociaal, cultureel en maatschappelijk te ontplooien. Minimaregelingen kunnen daaraan bijdragen. Ze bieden niet alleen financiële ondersteuning, maar kunnen sociale uitsluiting verminderen, maatschappelijke participatie bevorderen en kansen vergroten. In Leiden bestaat een uitgebreid netwerk van regelingen, fondsen en voorzieningen voor inwoners met een laag inkomen. Veel onderzoek richt zich op het beperkte bereik van zulke regelingen: niet iedereen die ervoor in aanmerking komt, maakt er gebruik van. De Werkplaats Sociaal Domein Den Haag – Leiden koos een andere invalshoek: in hoeverre sluiten de regelingen aan bij wat inwoners nodig hebben?

‘Onze visie is dat iedereen in Leiden de kans moet hebben om volledig mee te doen in de samenleving’

 (Samen Sterker, Armoedebeleid 2024-2026)

De Leidse Taskforce Armoede

De Leidse Taskforce Armoede is een netwerk van organisaties die te maken hebben met inwoners met geldproblemen, schulden en/of armoede. Aangesloten organisaties zijn onder andere de Gemeente Leiden, de sociale wijkteams, woningcorporaties Ons Doel en de Sleutels, de Voedselbank, Diaconaal Centrum de Bakkerij, het Leids Steunloket Migranten, Buzz, Incluzio, Shout!, SOL, de Adviesraad Sociaal Domein, Hogeschool Leiden/WSD, JES Rijnland, SUN, zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. 

Professionals van sociale wijkteams, schuldhulpverlening, jeugdteams en Buzz kunnen gebruikmaken van het zogeheten maatwerkbudget. Dit kan worden ingezet voor inwoners met acute financiële problemen of vastgelopen situaties. Het budget maakt snelle ondersteuning mogelijk, bijvoorbeeld voor leefgeld, een koelkast, woninginrichting of vervoer. Organisaties die geen toegang hebben tot dit maatwerkbudget, hebben aangegeven zelf ook over zo’n budget te willen beschikken. Dit werpt de vraag op waar deze behoefte vandaan komt. In welke situaties ervaren Leidse organisaties in het sociaal domein dat bestaande regelingen geen oplossing bieden? In opdracht van de Taskforce heeft de  Werkplaats Sociaal Domein Den Haag – Leiden dit onderzocht.

Leids maatwerkbudget en noodfonds

Professionals die toegang hebben tot het maatwerkbudget zijn daar positief over. Zij waarderen vooral de snelheid, flexibiliteit en beperkte bureaucratie. Veel situaties kunnen ermee worden opgelost, zolang duidelijk is dat de ondersteuning bijdraagt aan een duurzame verbetering. Het maatwerkbudget en noodfondsen zijn vaak gekoppeld aan acute nood of bestaande hulpverlening. Huishoudens die nog niet bekend zijn bij het sociaal wijkteam vallen daardoor soms buiten de boot. Professionals signaleren situaties, waarin een relatief kleine bijdrage grotere problemen kan voorkomen, maar waarvoor geen passende regeling bestaat.

Ondersteuning draait niet alleen om overleven, maar ook om sociale mobiliteit en kansen

Organisaties als JES Rijnland en SHout! werken vooral preventief: zij proberen problemen vroegtijdig te signaleren voordat sprake is van ernstige schulden of crisissituaties. Juist daar lopen zij tegen grenzen aan. Wat voorbeelden: een jongen die voor Jong Oranje is gescout, kan niet deelnemen aan selectietoernooien, omdat zijn ouders de reis- en verblijfskosten niet kunnen betalen. MBO-studenten die met extra Engelse lessen of andere specifieke trainingen willen investeren in hun kansen op de arbeidsmarkt, komen niet in aanmerking voor ondersteuning. Ook praktische zaken, zoals schoolspullen, een goede schooltas of babyvoeding blijken soms moeilijk te financieren. Een professional vertelt hoe zij dankzij financiële ondersteuning in haar jeugd mee kon op een schoolreis naar Rome. Het contact met een voor haar onbekende wereld verruimde haar blik en beïnvloedde haar toekomstperspectief. Zulke ervaringen laten zien dat ondersteuning niet alleen draait om overleven, maar ook om sociale mobiliteit en kansen.

Meer dan financiële hulp

Deze situaties zijn niet acuut genoeg voor noodfondsen, maar kunnen wel grote gevolgen hebben voor ontwikkeling en kansen op langere termijn. Daarmee raakt het onderzoek aan een fundamentele vraag: moet armoedebeleid zich uitsluitend richten op noodhulp of ook op het vergroten van kansengelijkheid?

Vrouwen bekijken tweedehands jas

Vanuit het perspectief van sociale kwaliteit zijn minimaregelingen meer dan een financieel vangnet. Ze kunnen bijdragen aan sociaal kapitaal, zelfvertrouwen en maatschappelijke inclusie. Een regeling voor sport of cultuur gaat bijvoorbeeld niet alleen over contributie betalen, maar ook over deelnemen aan sociale netwerken, jezelf ontwikkelen en je onderdeel voelen van een gemeenschap. Daarmee verschilt de blik van preventief werkende organisaties soms van die van noodfondsen. Organisaties als SUN Leiden richten zich terecht op acute financiële nood. JES Rijnland en SHout! kijken breder: zij willen stress voorkomen, uitsluiting tegengaan en voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot grote schulden of langdurige sociale achterstand. Juist daar ontstaat het spanningsveld tussen noodhulp en kansengelijkheid. Veel bestaande regelingen zijn ontworpen voor crisissituaties, terwijl preventieve ondersteuning moeilijker te organiseren is. Toch kan juist een kleine investering op het juiste moment grotere problemen voorkomen.

Kansen bieden

De onderzoekers concluderen dat Leiden beschikt over een relatief sterk vangnet voor acute noodsituaties. Grote inhoudelijke hiaten lijken er nauwelijks te zijn, behalve op het gebied van mondzorg en brillen, waarvoor landelijke vergoedingen beperkt zijn. Minimaregelingen kunnen bijdragen aan inclusiviteit, rechtvaardigheid en kansengelijkheid, maar er bestaat spanning tussen noodhulp en preventieve ondersteuning.

Het bieden van regelingen en toegang tot voorzieningen alleen zijn niet voldoende om kansengelijkheid te realiseren. Zolang bestaanszekerheid onder druk staat en mensen voortdurend bezig zijn met overleven, komen ook persoonlijke ontwikkeling, het aangaan en onderhouden van sociale relaties en het realiseren van toekomstplannen in de knel. Armoedebeleid gaat daarom uiteindelijk niet alleen over geld, maar ook over de vraag welke kansen een samenleving haar inwoners wil bieden. Vanuit het perspectief van sociale kwaliteit kunnen minimaregelingen bijdragen aan inclusiviteit, rechtvaardigheid en maatschappelijke participatie. Niet alleen door acute nood te verlichten, maar ook door mensen de mogelijkheid te geven daadwerkelijk mee te doen in de samenleving.

Tekst: Catelijne Akkermans
Beeld: iStock