WerKplaatsen sociaal domein
Onderzoek
Samen erbij blijven als niemand het precies weet
Hoe ondersteun je mensen met een stapeling van problemen of onbegrepen gedrag, zonder hen los te zien van hun omgeving? Onderzoeker Wilma Rademaker van Hogeschool Viaa (Zwolle) brengt ervaringen samen van inwoners, naasten en professionals. Vanuit de sociale kwaliteit-benadering wordt zichtbaar hoe belangrijk bejegening, samenwerking en samen erbij blijven zijn.
Karin Boersma maakt het vaak mee dat de bejegening door professionals tekortschiet. Ze is moeder van een volwassen zoon, die al jaren met psychiatrische problemen kampt en beschermd woont. Als naaste wordt ze regelmatig buitengesloten door professionals. ‘De professionals zeggen dan dat ze niet met mij kunnen praten, omdat ze de protocollen volgen. Radeloos voel ik me daardoor. Want een eenvoudig ‘hoe is het nu met u?’ dat kan toch altijd?! Bejegening vat voor mij eigenlijk alles samen: hoe gaan professionals met elkaar om en met degenen die het betreft?’
Ervaringen verzamelen
Boersma werkte mee aan het onderzoek van Wilma Rademaker en haar collega’s. Als onderdeel van de Regionale Agenda Zorg & Veiligheid IJsselland (zie kader), brengen zij in kaart hoe mensen met een stapeling van problemen of onbegrepen gedrag beter ondersteund kunnen worden én hoe professionals daarbij beter samen kunnen werken. ‘In de eerste fase van het onderzoek hebben we zo veel mogelijk ervaringen verzameld: van de mensen om wie het gaat en van hun buren, familie en de professionals die met hen werken. Het gaat bijvoorbeeld om de verhalen van mensen die op straat leven of in de maatschappelijke opvang verblijven.’
Agenda Zorg & Veiligheid
Bij een flinke groep mensen met een opeenstapeling van problemen spelen naast zorg- ook veiligheidsvraagstukken. Ze kampen vaak met psychische klachten, verslavingen, een verstandelijke beperking of een combinatie hiervan. De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie en Veiligheid werken met een brede stuurgroep aan de Landelijke Agenda Zorg & Veiligheid.
De elf gemeenten in IJsselland werken sinds 2022 samen aan de Regionale Agenda Zorg & Veiligheid IJsselland om de keten van zorg, veiligheid en sociaal domein te versterken. Naast de gemeenten zijn de ggz, politie en woningcorporaties belangrijke partners. Dit gebeurt door actieonderzoek, waarbij het draait om samen leren en verbeteren.
Er zijn in het (onderzoeks)werk van deze agenda veel raakvlakken met sociale kwaliteit: relationeel werken volgens de presentiebenadering van Baart en de zorgethische visie van De Lange zijn bijvoorbeeld belangrijke thema’s in de agenda: patiënten en cliënten zijn geen geïsoleerde individuen, maar ze maken deel uit van een context die geïncludeerd moet worden in de behandeling.
Tweede fase
Het onderzoek zit nu in de tweede fase, vertelt Rademaker verder: ‘Daarin begeleiden en voeden we initiatieven in de regio die werken aan Zorg & Veiligheid. Dat kunnen intervisiegroepen zijn of netwerkbijeenkomsten. Er is veel energie in de regio en die brandstof mengen we met alles wat we weten uit de eerste onderzoeksfase en andere wetenschappelijke en praktijkbronnen. Dat gaat bijvoorbeeld over het op- en afschalen van zorg, over ontmoetingen in de buurt en over de samenwerking tussen politie en zorg. Het is de diesel die de motor van de initiatieven laat lopen.’
Samen erbij blijven
Een voorbeeld dat volgens Rademaker krachtig laat zien waar de sociale kwaliteit-benadering toe kan leiden, gaat over vijf professionals van verschillende organisaties. Het ging onder andere om een bemoeizorger, iemand uit de verslavingszorg en iemand uit de gzz. ‘Zij hebben met z’n vijven anderhalf jaar lang intensief een vrouw die op straat leefde, bijgestaan. Het was een ingewikkelde casus. Het was niet duidelijk wat de beste oplossing en de beste plek voor deze mevrouw zou zijn. De professionals waren open naar elkaar dat ze het niet wisten. Maar door er samen bij te blijven, hebben ze gefixt dat deze vrouw, zonder dwang, nu wel een plek heeft. Een woning hebben, is een essentiële voorwaarde voor de factor sociaaleconomische zekerheid’, voegt ze er nog aan toe. ‘Een plek hebben, geeft heel veel rust. Een eigen dak boven je hoofd voelt vaak als het begin van iets nieuws.’
Geschenk uit de hemel
Hoe belangrijk een eigen plek is, daar kan Boersma over mee praten. Het scheelde maar weinig of haar zoon zou dakloos zijn geraakt. ‘Het is een geschenk uit de hemel dat hij kan wonen waar hij nu woont. Waar hij eerst woonde, ging het steeds slechter.’ De communicatie met zijn persoonlijk begeleider liep spaak. Volgens de begeleider stelde hij zich niet-begeleidbaar op. ‘Op een donderdag deelden ze hem mee dat hij zich die maandag erna bij de daklozenopvang moest melden. Gelukkig heb ik een vriendin die jurist is en die een brief met de goede argumenten kon schrijven, waardoor het net op tijd tegengehouden kon worden. Waar hij nu woont, is een begeleider die vriendelijk is naar hem en naar mij.’
Richtinggevende factoren
In de sociale kwaliteit-benadering zitten ook vier normatieve factoren, en die lijken in het voorbeeld van de vrouw die op straat leefde – al dan niet bewust – een richtinggevende rol gespeeld te hebben: sociale rechtvaardigheid, solidariteit, gelijkwaardigheid en menselijke waardigheid. Rademaker: ‘Als deze vijf professionals zich niet samen ingezet hadden, had deze vrouw nog op straat geleefd. Er is normaalgesproken vaak gesteggel over of iemand eerst naar de verslavingszorg moet en dan pas terecht kan in de ggz, of andersom. Mensen worden doorgeschoven. ’Het zorgsysteem maakt het dus lastig om deze normatieve factoren daadwerkelijk de invulling van de ondersteuning te laten bepalen, weet Rademaker. ‘Zodra je iemand aanraakt, dan ben jij ervan. Daardoor is een houding ontstaan om er liever maar af te blijven, want dan kun je ook geen problemen krijgen. Het programma Zorg & Veiligheid probeert dat om te keren. Elke inwoner van Zwolle is van ons allemaal, zeggen de professionals hier.’
Handtekening zetten
Als elke inwoner van iedereen is, wie heeft er dan het laatste woord, het mandaat? Daar zit volgens Rademaker wel een spanningsveld: ‘Bestuurders zijn doorgaans zeker voorstander van die gezamenlijke verantwoordelijkheid. Professionals hebben ook sterk die wens. Het hangt vaak op de middenlaag, de laag die de handtekening moet zetten en de budgetten verdeelt. De laag die het daadwerkelijke mandaat heeft om bijvoorbeeld een kamer tijdelijk vrij te houden in afwachting van die persoon die er nu nog niet aan toe is, maar mogelijk over twee maanden wel en die dan ook direct een plek moet kunnen krijgen. Het is dus heel belangrijk dat deze laag ook meebeweegt.’
Rechten van de cliënt
Boersma brengt een ander spanningsveld in. Dat is gekoppeld aan de factor sociale inclusie: de wil en de rechten van de cliënt. Die zijn de afgelopen decennia met goede bedoelingen steeds verder uitgebreid en dat is volgens haar een groot goed. Maar tegelijkertijd is het een erg individualistische insteek, die uitsluitende effecten kan hebben. ‘Het is heel ingewikkeld: wat kan de persoon zelf en wat niet. En wat is dus van de naaste?’ Rademaker voegt eraan toe dat zij dit ook van professionals hoort. Die zouden soms eerder in willen kunnen grijpen. ‘Mensen moeten eerst nog erger dan erg in de shit zakken voor ze dwang kunnen toepassen. Als je dit vraagstuk door de bril van de sociale kwaliteit bekijkt, dan zie je dat mensen altijd onderdeel zijn van een context, hoe schraal die ook is. Mensen met multiproblems zijn altijd de zoon van, de buurvrouw van. Sluit hen niet uit. Je ziet dan ook dat het consequenties heeft voor de bredere context als iemand eerst een delict moet plegen voordat dwang in beeld kan komen.’
Dobbelsteen op tafel
Boersma is het roerend met haar eens en ze onderstreept dat met een schrijnend voorval bij de voormalige woonplek van haar zoon. ‘Onderdeel van de ziekte van mijn zoon is dat hij geen zorg en ondersteuning wil. Maar hij heeft nu eenmaal last van psychoses. Ik ken hem al zijn hele leven en ik herkende de signalen toen het weer die kant op ging. Die gaf ik door aan de begeleiding, maar die reageerden met de opmerking dat ze het zelf wel goed in de gaten zouden hebben als het mis zou gaan. Er werd totaal niet naar me geluisterd, héls werd ik ervan. Hij is toen helemaal ontspoord en uiteindelijk ergens in een sloot beland.’ Ze brengt het gesprek tot slot nog even terug op de bejegening. ‘Doe gewoon normaal tegen de mensen zelf en hun naasten. Vraag of iemand even samen een kopje koffie wil drinken. Soms willen mensen dat niet, ook prima. Iedereen bekijkt de dingen vanuit zijn eigen kant. Als er een dobbelsteen op tafel ligt, kijk ik tegen een vijf aan en jij tegen een twee. Het gaat er dus om dat je goed naar elkaar luistert.’
Tekst: Tea Keijl
Beeld: iStock