Om sociaal werkers meer houvast te geven ontwikkelde Dawwi een praktische handelingskaart. Die helpt professionals in vijf stappen om moeilijke gesprekken aan te gaan. ‘Tijdens co-creatiesessies merkten we dat zo’n kaart direct taal en richting geeft’, vertelt ze. ‘Er staan ook voorbeeldzinnen op, zoals: ‘Ik hoor dat je dit zegt, waar komt dat vandaan?’ Daarmee open je het gesprek zonder direct te veroordelen.’ Volgens Dawwi is oefenen cruciaal. Daarom pleit ze voor interactieve workshops, waarin professionals casussen bespreken, reflecteren op hun eigen handelen en moeilijke gesprekken kunnen trainen. ‘Je moet ruimte creëren om samen te leren.’
Praktische tools en duidelijke steun
Maar alleen trainingen zijn niet genoeg, benadrukken de geïnterviewden. Ook organisaties moeten duidelijker positie innemen. ‘Professionals hebben mandaat nodig,’ zegt Dawwi. ‘Ze moeten weten dat de organisatie hen steunt wanneer ze zich uitspreken.’ Van Vugt vult aan: ‘Er moeten concretere richtlijnen komen over wat er van medewerkers verwacht wordt. Anders blijft het afhankelijk van individuele moed.’
Binnen de WSD Zuyd is dit thema niet beperkt tot één specifieke context. Het raakt ook aan bredere vragen over professionele identiteit, autonomie in het professioneel handelen en daarmee aan vakmanschap. In de verschillende leerateliers komen deze aspecten aan bod onder het thema professionele moed, met als doel bij te dragen aan sociale verandering. Daarbij wordt nadrukkelijk erkend dat de verantwoordelijkheid voor sociale vraagstukken niet uitsluitend bij individuele professionals ligt. Sociale kwesties vragen om een collectieve verantwoordelijkheid van de verschillende actoren in het sociaal domein, dus professionals, organisaties en overheden.
Werken aan verbinding
Als aandachtsfunctionaris polarisatie probeert Van Vugt het thema blijvend onder de aandacht te brengen binnen zijn organisatie. Dat doet hij onder meer door bij formele overleggen aan te schuiven en door gesprekken met collega’s te voeren. ‘Zodra je het onderwerp bespreekbaar maakt, herkennen mensen het meteen,’ zegt hij. ‘De voorbeelden blijven komen. Maar door de werkdruk sneeuwt het onderwerp ook snel weer onder.’
Het lastige is ook dat polarisatie een breed en diffuus begrip is, stelt Joost Weling. ‘Het is een containerbegrip. Het gaat over discriminatie, sociale media, wantrouwen richting de overheid, spanningen in buurten, discussies over azc’s. Daardoor vinden professionals het soms lastig om te bepalen wat ze ermee moeten.’
Wederkerigheid
Daarom probeert Van Vugt het onderwerp ook anders te framen. ‘Ik zeg vaak: je kunt werken tégen polarisatie, maar je kunt ook werken áán verbinding.’ Sociaal werkers hoeven volgens hem niet voortdurend ‘polarisatiebestrijders’ te zijn. ‘Als jij actief werkt aan verbinding, sociale cohesie en wederkerigheid, dan ben je indirect ook met polarisatie bezig.’ Die wederkerigheid is cruciaal, stelt hij. ‘Wanneer je eerst begrip toont voor bewoners en hun zorgen serieus neemt, kun je later ook begrip terugvragen. Dat werkt veel beter dan wanneer je meteen normerend binnenkomt.’
Het Sociaal Café
Vanuit de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd (WSD Zuyd) worden zes leerateliers georganiseerd. In het leeratelier Veerkracht en onmacht in gemeenschappen komen opbouwwerkers van welzijnsorganisaties uit heel Limburg structureel bijeen om kennis en ervaringen te delen. Een van de centrale thema’s binnen dit leeratelier is polarisatie. Daarom vond een expertmeeting over dit onderwerp plaats. Door op een laagdrempelige manier kennis over te dragen en deelnemers uit te nodigen deze inzichten te vertalen naar hun eigen praktijk, of door ervaringen uit de praktijk met elkaar te delen, wordt actief gewerkt aan praktijkverbetering. Vervolgens zijn Van Vugt en Dawwi hier met hun afstuderen mee verder gegaan. Om professionals daarnaast meer ruimte te bieden voor uitwisseling en verdieping, organiseerde Van Vugt als professional samen met partners uit Zuid-Limburg , waaronder de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd, een zogenoemd Sociaal Café.