Illustratie persoon trekt lijn met grote markeerstift

WerKplaatsen sociaal domein
Polarisatie

Hoe ga je handelings­verlegenheid sociaal werkers bij polarisatie tegen?

Achter harde woorden schuilt vaak iets anders

Achter harde woorden over vluchtelingen, instituties of ‘de ander’ schuilen vaak gevoelens van wantrouwen, frustratie of niet gehoord worden. Voor sociaal werkers is het niet altijd makkelijk daarop te reageren. Sjors van Vugt en Sara Dawwi, opbouwwerkers bij Partner in Welzijn (PIW) en Joost Weling, docent-onderzoeker bij de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd, vertellen hoe professionals handelingsverlegenheid kunnen doorbreken.

Van Vugt werkt inmiddels vier jaar als opbouwwerker in Geleen. Daarnaast vervult hij binnen zijn organisatie de rol van aandachtsfunctionaris polarisatie, een functie die voortkwam uit zijn afstudeeronderzoek

Handelingsverlegenheid

Voor zijn onderzoek sprak Van Vugt met collega’s uit het opbouwwerk en jongerenwerk. Daaruit bleek dat veel professionals polarisatie wel degelijk herkennen in hun dagelijkse praktijk, maar moeite hebben om ermee om te gaan. ‘Vaak moesten collega’s eerst even in gesprek voordat ze beseften: oh, dit ís polarisatie,’ zegt hij. ‘Maar daarna kwam ook de handelingsverlegenheid naar voren. Sociaal werkers willen de relatie met bewoners behouden, weten niet goed hoe ze moeten reageren of zijn bang om het conflict aan te gaan.’

Die conclusies herkent ook zijn collega Sara Dawwi. Ze is maatschappelijk werker bij PIW en studeert af aan de Hogeschool Zuyd (social work), waarbij docent-onderzoeker Joost Weling, van de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd (WSD Zuyd), haar begeleider is. Dawwi deed onderzoek naar discriminatie en het handelen daarbij van sociaal werkers. ‘Het ontbreekt professionals vaak aan taal, richting en handelingsvaardigheid’, zegt ze.

‘Door niets te zeggen, neem je óók een positie in’

 ‘Het is spannend om iemand aan te spreken op discriminerende uitspraken. Veel sociaal werkers zijn bang de verbinding met een cliënt te verliezen.’ Volgens Dawwi kiezen professionals daardoor regelmatig voor neutraliteit. Maar juist dat kan problematisch zijn. ‘Ik noem dat schijnneutraliteit,’ zegt ze. ‘Want door niets te zeggen, neem je óók een positie in. Dan laat je bepaald gedrag of bepaalde uitspraken feitelijk in stand.’

Onderzoekende houding

Een open, onderzoekende houding is volgens zowel Dawwi als Van Vugt essentieel in het omgaan met polarisatie. ‘Mensen die fel reageren op bijvoorbeeld een azc, reageren zelden alleen op dat azc,’ zegt Van Vugt. ‘Daar zit iets onder: onzekerheid, frustratie, angst om niet gehoord te worden. Je moet dus durven om je eigen oordeel even uit te stellen en op zoek te gaan naar wat eronder ligt.’

Dat betekent niet dat alles gezegd kan worden. ‘Als uitspraken echt kwetsend of racistisch zijn, moet je daar wel degelijk iets van zeggen,’ zegt Van Vugt. ‘Je kunt niet eindeloos neutraal blijven.’

Horizontale en verticale polarisatie

Polarisatie wordt vaak omschreven als het verscherpen van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen horizontale en verticale polarisatie. Bij horizontale polarisatie gaat het om spanningen tussen groepen burgers onderling. Denk aan tegenstellingen tussen arm en rijk, jong en oud, bewoners met verschillende culturele achtergronden of groepen met botsende leefstijlen en opvattingen. Die verschillen kunnen leiden tot wij-zij-denken, stereotypering en minder begrip voor andere perspectieven.

Verticale polarisatie verwijst naar de kloof tussen burgers en instituties, zoals de overheid, woningcorporaties, politie of welzijnsorganisaties. Bewoners voelen zich bijvoorbeeld niet gehoord, niet serieus genomen of van het kastje naar de muur gestuurd. Dat kan leiden tot wantrouwen naar instanties en professionals.

Volgens onderzoekers en sociaal werkers hangen beide vormen vaak samen, zo blijkt uit de praktijkervaring en de opgedane kennis en ervaring van het leeratelier Veerkracht en onmacht in gemeenschappen van de WSD Zuyd. Achter spanningen tussen groepen schuilen geregeld vormen van sociale ongelijkheid, achterstelling, onzekerheid of onrecht. Sociale professionals krijgen daardoor niet alleen te maken met conflicten tussen bewoners, maar ook met groeiend wantrouwen tegenover organisaties en overheden.

Om sociaal werkers meer houvast te geven ontwikkelde Dawwi een praktische handelingskaart. Die helpt professionals in vijf stappen om moeilijke gesprekken aan te gaan. ‘Tijdens co-creatiesessies merkten we dat zo’n kaart direct taal en richting geeft’, vertelt ze. ‘Er staan ook voorbeeldzinnen op, zoals: ‘Ik hoor dat je dit zegt, waar komt dat vandaan?’ Daarmee open je het gesprek zonder direct te veroordelen.’ Volgens Dawwi is oefenen cruciaal. Daarom pleit ze voor interactieve workshops, waarin professionals casussen bespreken, reflecteren op hun eigen handelen en moeilijke gesprekken kunnen trainen. ‘Je moet ruimte creëren om samen te leren.’

Praktische tools en duidelijke steun

Maar alleen trainingen zijn niet genoeg, benadrukken de geïnterviewden. Ook organisaties moeten duidelijker positie innemen. ‘Professionals hebben mandaat nodig,’ zegt Dawwi. ‘Ze moeten weten dat de organisatie hen steunt wanneer ze zich uitspreken.’ Van Vugt vult aan: ‘Er moeten concretere richtlijnen komen over wat er van medewerkers verwacht wordt. Anders blijft het afhankelijk van individuele moed.’

Binnen de WSD Zuyd is dit thema niet beperkt tot één specifieke context. Het raakt ook aan bredere vragen over professionele identiteit, autonomie in het professioneel handelen en daarmee aan vakmanschap. In de verschillende leerateliers komen deze aspecten aan bod onder het thema professionele moed, met als doel bij te dragen aan sociale verandering. Daarbij wordt nadrukkelijk erkend dat de verantwoordelijkheid voor sociale vraagstukken niet uitsluitend bij individuele professionals ligt. Sociale kwesties vragen om een collectieve verantwoordelijkheid van de verschillende actoren in het sociaal domein, dus professionals, organisaties en overheden.

Werken aan verbinding

Als aandachtsfunctionaris polarisatie probeert Van Vugt het thema blijvend onder de aandacht te brengen binnen zijn organisatie. Dat doet hij onder meer door bij formele overleggen aan te schuiven en door gesprekken met collega’s te voeren. ‘Zodra je het onderwerp bespreekbaar maakt, herkennen mensen het meteen,’ zegt hij. ‘De voorbeelden blijven komen. Maar door de werkdruk sneeuwt het onderwerp ook snel weer onder.’

Het lastige is ook dat polarisatie een breed en diffuus begrip is, stelt Joost Weling.  ‘Het is een containerbegrip. Het gaat over discriminatie, sociale media, wantrouwen richting de overheid, spanningen in buurten, discussies over azc’s. Daardoor vinden professionals het soms lastig om te bepalen wat ze ermee moeten.’

Wederkerigheid

Daarom probeert Van Vugt het onderwerp ook anders te framen. ‘Ik zeg vaak: je kunt werken tégen polarisatie, maar je kunt ook werken áán verbinding.’ Sociaal werkers hoeven volgens hem niet voortdurend ‘polarisatiebestrijders’ te zijn. ‘Als jij actief werkt aan verbinding, sociale cohesie en wederkerigheid, dan ben je indirect ook met polarisatie bezig.’ Die wederkerigheid is cruciaal, stelt hij. ‘Wanneer je eerst begrip toont voor bewoners en hun zorgen serieus neemt, kun je later ook begrip terugvragen. Dat werkt veel beter dan wanneer je meteen normerend binnenkomt.’

Het Sociaal Café

Vanuit de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd (WSD Zuyd) worden zes leerateliers georganiseerd. In het leeratelier Veerkracht en onmacht in gemeenschappen komen opbouwwerkers van welzijnsorganisaties uit heel Limburg structureel bijeen om kennis en ervaringen te delen. Een van de centrale thema’s binnen dit leeratelier is polarisatie. Daarom vond een expertmeeting over dit onderwerp plaats. Door op een laagdrempelige manier kennis over te dragen en deelnemers uit te nodigen deze inzichten te vertalen naar hun eigen praktijk, of door ervaringen uit de praktijk met elkaar te delen, wordt actief gewerkt aan praktijkverbetering. Vervolgens zijn Van Vugt en Dawwi hier met hun afstuderen mee verder gegaan. Om professionals daarnaast meer ruimte te bieden voor uitwisseling en verdieping, organiseerde Van Vugt als professional samen met partners uit Zuid-Limburg , waaronder de Werkplaats Sociaal Domein Zuyd, een zogenoemd Sociaal Café.

Sociaal cafe

Dat initiatief bracht medewerkers van verschillende welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen en gemeenten samen rond het thema polarisatie. ‘Het doel was enerzijds ervaringen uitwisselen en anderzijds samen theorie en praktijk verbinden,’ vertelt hij. ‘Juist dat informele karakter werkte goed.’ Het Sociaal Café rouleert tussen verschillende organisaties in de regio. Elke editie behandelt een ander thema. ‘De drempel moet laag zijn,’ zegt Van Vugt. ‘Als je er meteen een formele professionaliseringsdag van maakt, haken mensen sneller af.’

Volgens Weling sluit die informele vorm goed aan bij de praktijk van sociaal werkers. ‘Dit zijn manieren van leren die echt passen bij het werkveld,’ zegt hij. ‘Kleine verbeteringen van onderop hebben juist veel impact op het dagelijks leven van mensen.’ Daarmee toont de WSD Zuyd haar meerwaarde voor de regio, door praktijkvraagstukken te verbinden aan onderwijsactiviteiten en regionale kennisactiviteiten.

Cultuursensitief werken is breder dan afkomst

Een belangrijk thema dat volgens de geïnterviewden vaak verkeerd wordt begrepen, is cultuursensitief werken. Dat wordt volgens hen nog te vaak gekoppeld aan etniciteit of religie. ‘Veel sociaal werkers denken bij cultuursensitief werken meteen aan mensen uit een ander land,’ zegt Van Vugt. ‘Maar het gaat ook over straatculturen, wijkculturen en lokale omgangsvormen.’ Volgens hem draait cultuursensitief werken vooral om aansluiting zoeken bij de leefwereld van bewoners. ‘Ik kom niet als vertegenwoordiger van een institutie. Ik spreek de taal van bewoners. Ik probeer als mens contact te maken.’

Dawwi benadrukt dat cultuursensitief werken ook zelfreflectie vraagt. ‘Het gaat niet alleen over de ander,’ zegt ze. ‘Jouw eigen manier van kijken bepaalt hoe je iemand benadert en hoe je reageert.’

Polarisatie en sociale kwaliteit

Wat zijn de raakvlakken tussen polarisatie en sociale kwaliteit? Volgens Weling raakt polarisatie vrijwel alle dimensies van sociale kwaliteit: sociale cohesie, sociale inclusie, empowerment en sociaal-economische zekerheid. ‘Op het moment dat mensen in een gemarginaliseerde positie terechtkomen en instituties hen in de steek laten, zie je dat frustratie zich vaak richt op groepen die nóg kwetsbaarder zijn’, zegt Weling. ‘Dat soort dynamieken illustreren Van Vugt en Dewwi heel duidelijk.’

Tegelijkertijd waarschuwt hij ervoor om sociale cohesie als hoogste doel te verheffen. ‘Werken aan verbinding mag niet betekenen dat alle conflict verdwijnt,’ stelt hij. ‘Sociaal werk gaat ook over emancipatie en sociale verandering. Soms moet je juist bestaande machtsstructuren ter discussie stellen.’ Die nuance vindt hij essentieel. ‘Je wilt niet dat het streven naar harmonie uiteindelijk leidt tot het pacificeren van onrecht.’

Daarmee raakt polarisatie uiteindelijk aan een fundamentele vraag voor het sociaal werk: hoe blijf je in verbinding met mensen, zonder ongelijkheid en uitsluiting te negeren? Van Vugt: ‘Polarisatie ontstaat nooit in een vacuüm. Achter spanningen zitten vaak structurele problemen, machtsverschillen en gevoelens van uitsluiting. Als sociaal werkers moeten we dus niet alleen kijken naar wat mensen zeggen, maar vooral naar de systemen waarbinnen dit zich afspeelt.

Tekst: Olaf Stomp
Beeld: iStock, Sjors van Vugt