Mariël van Pelt

WerKplaatsen sociaal domein
Interview

Meer dan een model: waarom sociale kwaliteit het hart van sociaal werk raakt

Het thema van dit magazine is sociale kwaliteit. De term is afgeleid van de sociale kwaliteit-benadering. Wat houdt die in en waarom is die zo passend voor het sociaal werk? Wat zijn de kansen en belemmeringen om deze benadering meer toe te passen in het sociaal werk?

Sociaal werkers krijgen dagelijks te maken met complexe situaties: gezinnen met schulden, eenzaamheid, opvoedproblemen of werkloosheid. Vaak grijpen interventies in op één probleem tegelijk. Maar wat als die problemen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en zowel individuele factoren als elementen in de omgeving een rol spelen? ‘De sociale kwaliteit-benadering biedt een andere manier van kijken en juist daarin schuilt de kracht’, zegt Mariël van Pelt. Ze is lector Sociale Veerkracht aan de Fontys Hogeschool en lid van de werkgroep Sociale Kwaliteit van de Werkplaatsen Sociaal Domein. ‘Het begrip sociale kwaliteit geeft invulling aan wat sociaal eigenlijk betekent’, legt ze uit. ‘En dat is precies waar sociaal werk over gaat.’

Wat is sociale kwaliteit?

‘De sociale kwaliteit-benadering klinkt abstract, en dat is het in zekere zin ook. Toch draait het om een herkenbare kern.’ Volgens Van Pelt gaat het in essentie om één vraag: ‘Hoe kunnen mensen tot hun recht komen in wisselwerking met hun omgeving op een manier die hen goed doet?’

Het gaat dus om de balans en samenhang tussen individu en samenleving en die worden in de sociale kwaliteit-benadering weergegeven door middel van twee assen: persoonlijke ervaringen versus maatschappelijke structuren en individuele autonomie en collectieve verbanden.

Assenstelstel

Dat ‘tot hun recht komen’ gebeurt niet vanzelf. Daarvoor moeten een aantal voorwaarden, of condities, in de omgeving van mensen op orde zijn. De benadering onderscheidt er vier: sociaal-economische zekerheid, sociale cohesie, sociale inclusie en sociale empowerment. Samen vormen ze een kader om te begrijpen wat er nodig is voor een goed leven en ze zijn te plaatsen in dat assenstelsel.

Hetzelfde geldt voor de zogeheten constitutionele factoren, die gaan over de doorwerking en ervaring op individueel niveau, over wat voor mensen van betekenis is. Daarnaast gaat sociale kwaliteit over werken aan het realiseren van een aantal kernwaarden: sociale rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en menselijke waardigheid, waarden die ook centraal staan in het sociaal werk, kijk maar naar de internationale definitie van sociaal werk. ‘Die waarden liggen heel erg in het verlengde van waar sociaal werkers mee bezig zijn’, zegt Van Pelt.

Deze drie typen factoren (de waarden, conditionele én constitutionele factoren) zijn te plaatsen in het assenstelsel.

Figuur1 - Architectuur van de sociale kwaliteit benadering naar International

Geen methode, maar een denkkader

Een belangrijk misverstand is dat sociale kwaliteit een methode zou zijn. Dat is het nadrukkelijk niet. ‘Het geeft je een kijkkader, een analysekader van hoe je naar situaties kunt kijken om te zien wat er nodig is in een bepaalde situatie’, legt Van Pelt uit. Dat onderscheid is cruciaal. ‘Waar een methode voorschrijft wat je moet doen, helpt de sociale kwaliteit-benadering om te begrijpen wat er speelt. Het biedt taal en structuur om complexe situaties te analyseren en waar aangrijpingspunten liggen voor het handelen.’

Ze illustreert dit met een voorbeeld: een gezin waarin opvoedproblemen spelen, terwijl de vader zijn baan is kwijtgeraakt en er financiële problemen zijn ontstaan. ‘Dan kun je vanuit die condities kijken: wat is hier in het geding? Misschien is de sociaal-economische zekerheid van dit gezin het grootste probleem en zie je dat je daarop moet gaan handelen. Maar dat betekent nog niet dat je meteen weet wat je moet doen en hoe je moeten handelen.’

‘De sociale kwaliteit-benadering biedt geen kant-en-klare oplossingen’

De benadering helpt dus om prioriteiten te stellen en samen met betrokkenen een gedeeld verhaal, een narratief, te ontwikkelen over de situatie. De keuze voor interventies volgt pas daarna. In afstemming op de wensen en mogelijkheden van het gezin kan het dan bijvoorbeeld gaan om hulp bij een aanvraag voor extra toelagen van de gemeente, psychosociale hulpverlening aan de vader om zijn zelfvertrouwen te vergroten en hem te motiveren bij het solliciteren, of ondersteuning van de moeder bij het volgen van een passende opleiding om haar baankansen te vergroten.

Van samenleving naar individu en terug

Een belangrijk inzicht van de benadering is dat maatschappelijke omstandigheden en individuele ervaringen voortdurend op elkaar inwerken. Wat er ‘buiten’ gebeurt, zoals beleid, armoede of woningnood heeft directe invloed op hoe mensen hun leven ervaren.

Van Pelt legt dat uit aan de hand van sociale cohesie als conditie. Als die aanwezig is, vertaalt zich dat op individueel niveau in het gevoel erbij te horen. Dit gaat over de waarde solidariteit. Hetzelfde geldt voor sociale empowerment: als die maatschappelijk wordt ondersteund, ervaren mensen autonomie, kunnen en durven ze zichzelf te zijn en ervaren ze meer regie over hun eigen leven. Dit versterkt menselijke waardigheid. Zo maakt de benadering zichtbaar hoe structurele factoren en persoonlijke beleving en waarden met elkaar verbonden zijn.

Waarom juist nu relevant?

Hoewel de sociale kwaliteit-benadering al in de jaren negentig werd ontwikkeld, is die nog relatief onbekend in de praktijk van het sociaal werk. Oorspronkelijk was het model bedoeld om landen breder te beoordelen dan alleen op economische groei. Dat betekent niet alleen naar bruto Nationaal Product (BNP) kijken, maar ook naar hoe het sociaal gaat in een land. Pas later werd de vertaalslag gemaakt naar het sociaal domein, onder andere door Judith Wolf die de benadering gebruikt heeft voor de ontwikkeling van de methodiek Krachtwerk. Toch is de toepassing nog beperkt. ‘We vinden nog helemaal niet zoveel toepassingen in het sociaal werk’, constateert Van Pelt op basis van onderzoek van de werkgroep.

Tegelijkertijd ziet ze juist nu kansen. In Nederland wint bijvoorbeeld het concept ‘positieve gezondheid’ snel terrein. Maar volgens haar heeft sociale kwaliteit meer te bieden voor het sociaal werk. ‘Wij vinden dit eigenlijk een meer passende benadering voor het sociaal werk dan positieve gezondheid, omdat het sociale centraal staat, er veel meer theorie onder ligt én er nadrukkelijk gekeken wordt naar de wisselwerking tussen individu en omgeving.’

Kansen en belemmeringen

De grootste kracht van de benadering is tegelijk ook een uitdaging: de complexiteit. Veel professionals vinden het lastig om het model te doorgronden en toe te passen. ‘We horen bijvoorbeeld dat docenten en sociaal werkers het complex vinden.’ Daarnaast is er een praktische drempel. ‘Sociaal werkers zoeken vaak naar concrete handvatten: wat moet ik morgen doen in deze casus? De sociale kwaliteit-benadering geeft die antwoorden niet direct. Ze biedt geen kant-en-klare oplossingen.’ Toch ziet Van Pelt dat niet als een tekortkoming, maar juist als een kracht. Het dwingt professionals om eerst goed te begrijpen wat er speelt, voordat ze handelen. Een andere belemmering is ‘vermoeidheid’ in het veld. Nieuwe modellen en benaderingen volgen elkaar snel op, wat scepsis oproept. ‘Soms hoor je: waarom komen jullie nu weer met iets nieuws?’

Breder kijken, duurzamer handelen

Een relatief nieuw element in de benadering zijn de zogeheten eco-factoren. Die voegen een extra dimensie toe: de ecologische context waarin mensen leven. ‘Je moet dus ook kijken binnen de grenzen van wat ecologisch verantwoord is,’ legt Van Pelt uit. Dat betekent dat oplossingen voor sociale problemen niet los gezien kunnen worden van duurzaamheid en klimaat. Denk aan hittestress in slecht geïsoleerde woningen of aan de impact van mobiliteit op het milieu. Het maakt de benadering nog breder - en misschien ook complexer - maar volgens de Fontys-lector wel realistischer.

Een andere manier van kijken

De sociale kwaliteit-benadering vraagt om een verandering in denken. Niet van probleem naar oplossing, maar van begrijpen naar handelen. Niet van losse interventies, maar van samenhang.

Het is, zoals Van Pelt het zelf noemt, ‘een beetje koorddansen’: het vinden van balans tussen abstractie en toepasbaarheid, tussen theorie en praktijk. Toch is juist die spanning waardevol. Want in een domein waar problemen zelden eendimensionaal zijn, is een brede blik geen luxe maar noodzaak.

Of de benadering breed zal worden omarmd, is nog onzeker. Maar één ding is duidelijk: wie sociaal werk serieus neemt, kan niet om de vraag heen die sociale kwaliteit centraal stelt: wat is er nodig zodat mensen écht tot hun recht komen?

Tekst: Olaf Stomp
Beeld: Fred Tigelaar