De opbouw van de leergang
De negen cursusdagen zijn verdeeld in drie thematische blokken:
- Samenleving en de kracht van gemeenschap
- Ambacht en vakmanschap
- Impact maken
Op elke cursusdag stond een andere vraag centraal, zoals: ‘Wat draagt bij aan gemeenschapsvorming en eigenaarschap van buurtbewoners?’. Ter voorbereiding lazen de deelnemers passende paragrafen uit het dossier Wat werkt bij samenlevingsopbouw? en deden praktijkopdrachten. Zo werd de theorie verbonden met de eigen praktijk van deelnemers en heel concreet gemaakt. ‘Het is heel belangrijk om aan te sluiten bij hun kracht en wat ze al weten en doen’, aldus Ikink. ‘De kunst is om dat als uitgangspunt te nemen en te versterken.’
Theorie, praktijk en reflectie
De deelnemers zijn enthousiast over de leergang. ‘Het is de beste opleiding die ik ooit heb gehad’, vertelt Mustafa. ‘Ieder onderwerp werd op verschillende manieren uitgelicht, waardoor het beter blijft hangen’, vertelt Marije. Vooral de combinatie van theorie, praktijk en reflectie werkte goed. Ikink gaf voorbeelden vanuit zijn eigen ervaring als opbouwwerker. En stimuleerde deelnemers hun eigen ervaringen in te brengen. Vervolgens verbond hij de praktijkervaringen van individuele deelnemers weer met de theorie uit het dossier Wat werkt bij samenlevingsopbouw?
Iedere cursusdag was er een gastspreker die vanuit eigen expertise vertelde over het thema van die dag. ‘Als je inspirerende sprekers hebt, ja. Dat beklijft gewoon’, vertelt Marije.
Buddy en intervisie
Om het geleerde te laten doorwerken in de eigen praktijk kregen deelnemers na iedere cursusdag een verwerkingsopdracht mee. Vaak wordt daarbij ook een beroep gedaan op de creativiteit, zoals: ‘Maak een visuele weergave van hulpbronnen in je lokale praktijk’. Daarnaast had iedere deelnemer een ‘buddy’ op het werk om kennisuitwisseling naar de praktijk te stimuleren. Jeanet de Jong, beleidsadviseur bij de BPSW: ‘We zien namelijk vaak dat mensen na afloop van een cursus weer overgaan tot de orde van de dag.’